5 december 2017

Nieuwe btw-regelgeving voor investeringsdiensten. 

De herzieningsregeling voor goederen wordt uitgebreid naar kostbare diensten, oftewel investeringsdiensten. Dat heeft het Ministerie van Financiën besloten. Wat houdt de regeling in? En wat zijn de gevolgen voor u?

De nieuwe regeling zou aanvankelijk ingaan op 1 januari 2018.  Voormalig staatssecretaris Wiebes heeft echter aangegeven dat inwerkingtreding in ieder geval niet met ingang van 2018 zal zijn. Wel informeren wij u alvast hierover, omdat de nieuwe regels mogelijk impact hebben voor u als ondernemer.

Wat is de huidige regeling voor goederen?

Op dit moment bestaat er een herzieningsregeling uitsluitend voor investeringsgoederen. Dat zijn onroerende en roerende zaken waarop een ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of zou kunnen schrijven. De herzieningsperiode is van belang als u de (on)roerende zaken gebruikt voor zowel btw-belaste als voor btw-vrijgestelde prestaties.

Wat houdt de herzieningsregeling precies in?

Dit staat er in de huidige regeling:

  • Schaft een ondernemer investeringsgoederen aan? Dan moet hij in het jaar van ingebruikname van de goederen bepalen in welke mate hij de goederen gebruikt voor btw-belaste of btw-vrijgestelde prestaties. In het eerste geval geldt btw-aftrek, in het tweede geval niet.
  • Na het jaar van ingebruikname moet de ondernemer bijhouden of de verhouding tussen btw-belast gebruik en btw-vrijgesteld gebruik is gewijzigd. Bij roerende zaken geldt dit voor de daaropvolgende volgende vier boekjaren. Bij onroerende zaken gaat het om negen boekjaren na het jaar van ingebruikname.
  • Is de verhouding inderdaad gewijzigd, en is de afwijking meer dan 10% van het gebruik in het jaar van ingebruikneming? Dan moet er een correctie plaatsvinden van de oorspronkelijk geclaimde btw-aftrek voor het betreffende jaar. De ondernemer moet vervolgens btw terugbetalen of juist terugvragen. De herzienings-btw is in een boekjaar maximaal 1/5 (roerende zaken) of maximaal 1/10 (onroerende zaken) van de in rekening gebrachte btw.

Ondernemers beoordelen in de huidige regeling de aftrek van btw op alle diensten in één keer in het tijdvak waarin de btw in rekening wordt gebracht. Aan het eind van het boekjaar wordt vervolgens getoetst of de aftrek heeft plaatsgevonden volgens het werkelijke gebruik (belast en/of vrijgesteld) dat voor het boekjaar geldt. De aftrek wordt eventueel gecorrigeerd en is daarmee definitief.

 

Wat staat er in de nieuwe herzieningsregeling?

Het plan is, dat de nieuwe herzieningsregeling ook gaat gelden voor kostbare diensten ofwel investeringsdiensten. Dit zijn diensten waar langere tijd gebruik van wordt gemaakt. Deze diensten worden over het algemeen op dezelfde wijze als investeringsgoederen geactiveerd op de balans en waarop wordt afgeschreven. Voorbeelden van dit soort diensten:

  • kosten voor verbouwingen;
  • het aanbrengen of aanpassen van technische installaties;
  • IT-diensten, bijvoorbeeld de aanschaf van software of website;
  • intellectuele eigendomsrechten.

In de nieuwe regeling geldt een onderscheid tussen diensten die met onroerende zaken te maken hebben en overige investeringsdiensten. Als het product van de dienst bouwkundig onderdeel is geworden van de onroerende zaak, moeten ?? deze na het jaar van eerste gebruik nog negen jaren worden gevolgd. Bij overige investeringsdiensten is dat vier jaar.

Wat zijn de gevolgen voor uw onderneming?

Het voorstel bevat geen overgangsrecht. Daardoor lijkt het erop dat ook de btw moet worden herzien op investeringsdiensten die zijn gedaan in de jaren vόόr de invoeringsdatum. Dit kan impact hebben op uw onderneming, zowel financieel als administratief. Investeringen die u heeft gedaan, kunnen door de nieuwe regels hoger of lager uitvallen. Ook kan de regeling leiden tot lastenverzwaring en aanpassing van systemen.

Zodra de regeling ingaat, moet de onderneming per investeringsdienst een herzieningstermijn bijhouden. Vanaf de ingangsdatum zullen lopende herzieningstermijnen worden overgedragen aan de koper van goederen en investeringsdiensten. Zoals bij de verkoop van een verhuurd pand. De koper treedt dan in de voetsporen van de verkoper. De koper moet daarom straks jaarlijks nagaan of hij als koper btw moet terugbetalen die de verkoper in aftrek heeft gebracht. In dit soort gevallen is het voor de koper dus van groot belang om inzicht te hebben in alle nog lopende herzieningstermijnen. Ook moet de koper weten hoeveel btw de verkopende partij oorspronkelijk in aftrek heeft gebracht. Bij onroerende zaken kunnen zelfs meerdere herzieningsregimes en -termijnen gaan spelen.

Wat kunt u nu al doen?

Het is verstandig om de gevolgen van de aangekondigde regels in uw situatie alvast te inventariseren. Is uw administratie zo ingericht dat hieruit blijkt of een ingekochte dienst wel of geen investeringsdienst is? En weet u hoeveel btw er in aftrek is gebracht in het jaar van aankoop? Misschien is een aanpassing nodig, omdat in de jaren na ingebruikneming de btw moet worden herzien op basis van het werkelijke gebruik.

Heeft u vragen over deze regeling, neemt u dan contact met Mw. mr. E. van Krieken of één van onze andere fiscalisten op! Vanzelfsprekend houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen.